yayasan K.U.K.B.

Petitie

Rawagede

Sulawesi

Contact

Links

Gastenboek

Zoeken


Lokale Tijd
Indonesische

Nederlandse

The Dutch state has to compensate
Image
Terug

De doofpot van de staat der Nederlanden

Vrijdag, 2008-11-07, 03:39:31
Wordt geplaatst door: Web Admin

Reactie toevoegen

NIEUW BEWIJS VAN MASSA-EXECUTIE IN INDONESIË

Indonesische nabestaanden hebben een aanklacht ingediend tegen de Nederlandse staat. Deze houdt verband met Nederlandse oorlogsmisdaden in 1947 in Rawagede. De waarheid daarover is tweemaal door de regering achtergehouden. 

DOOR JOERI BOOM

DE ARCHIEFMEDEWERKER VAN het Nationaal Archief in Den Haag schudt zijn hoofd. ‘Daarvoor moet u speciale toestemming hebben van het hoofd onderzoek. U dient een onderzoeksopzet in te leveren en dan bepalen wij welk archiefmateriaal u mag gebruiken.’ Maar ik weet precies welk materiaal ik nodig heb. Het zit in map 1304. Ik dring aan, maar de medewerker concentreert zich op zijn scherm. ‘Sorry’, zegt een collega. ‘Het is niet openbaar.’

Executie van gevangenen zonder voorafgaand onderzoek of proces te Krawang. Dat is de titel van de map die ik zoek. Hij bevat explosief materiaal over de massamoord in het dorp Rawagede in 1947. De map maakt deel uit van het archiefmateriaal dat bijeen is gebracht voor een ambtelijke commissie in 1969. Die commissie onderzocht de ‘eventuele wandaden’ die in Indonesië waren begaan door Nederlandse militairen in de periode 1945-1950 en bracht verslag uit aan de regering.
Nederland wordt niet graag herinnerd aan de oorlog in Indonesië, die bijna sussend nog altijd de ‘Politionele Acties’ wordt genoemd. De strijd was zinloos. Een verspilling van mensenlevens, geld en energie, weten we nu. Tweehonderdduizend militairen werden naar Indonesië gestuurd, dat zich vlak na de Japanse capitulatie in augustus 1945 onafhankelijk had verklaard. Nederland wilde het gezag in de kolonie terugkrijgen opdat de winsten van olievelden en rubberplantages weer naar het gehavende moederland zouden stromen. Het draaide uit op een keiharde oorlog met de naar vrijheid hunkerende Republiek Indonesië, uitgevochten volgens de wrede wetten van de guerrilla. Indonesië was het Nederlandse Vietnam avant la lettre.
Beide partijen begingen gruwelijke wreedheden. Indonesiërs die met de Nederlanders samenwerkten werden op gruwelijke wijze door de nationalisten vermoord. De Nederlandse contraguerrilla sloeg door in contraterreur. Kampongs werden in brand gestoken als represaillemaatregel en gevangenen zonder vorm van proces geëxecuteerd. De militaire inlichtingendienst bezondigde zich aan ‘derdegraadsverhoren’, waarbij flink gemarteld werd.
Al vanaf 1946 sijpelden de wreedheden, die volgens de letter der wet oorlogsmisdaden waren, door naar Nederland. Sommige militairen meldden ze in brieven die gepubliceerd werden, onder meer in De Groene Amsterdammer. Parlementariërs lazen de brieven voor in de Tweede Kamer. Maar ook al repten verontwaardigde militairen van ‘moffenmethoden’, eind jaren veertig was er geen Kamermeerderheid te vinden voor een diepgaand onderzoek. Alleen de duizenden standrechtelijke executies door het Korps Speciale Troepen van de beruchte kapitein Westerling werden onderzocht. De uitkomst was geheim. De minister van Overzeese Gebiedsdelen verzekerde de Kamer dat het volstrekt tegen de wens van de regering was dat de misstanden ‘in den doofpot [worden] gestopt’. Maar er werd niets meer van gehoord.
In 1969 werd het stilzwijgen doorbroken door de psycholoog J.E. Hueting, die in de Volkskrant en op televisie bij Achter het nieuws vertelde over de martelingen, executies en derdegraadsverhoren die hij had meegemaakt als militair in Indonesië. Er ontstond grote maatschappelijke onrust: de regering moest nu wel handelen. Er werd een ambtelijke commissie samengesteld die ontsporingen van geweld moest onderzoeken. Er werd gesproken van ‘excessen’, niet van oorlogsmisdaden – een term die van toepassing was op de Japanners en de nazi’s kon onmogelijk gehanteerd worden waar het Nederlandse militairen betrof. De commissie deed verslag van 76 zaken in een rapport dat bekend werd als de Excessennota.

De massamoord in het dorp Rawagede, op West-Java, nabij Krawang, is een van die zaken. Hij werd gepleegd door dienstplichtige infanteristen van de Koninklijke Landmacht. Dat was opvallend, want veel andere oorlogsmisdaden waren het werk van geharde beroepsmilitairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en de speciale eenheden. De divisies van dienstplichtigen werden tentara soesoe, ‘het zachte leger’, genoemd. Ze stonden vriendelijker tegenover de bevolking en kritischer ten opzichte van het koloniale beleid dan andere troepen.
Toch vermoordde een eenheid van het zachte leger in Rawagede een groot aantal mannen. Volgens Nederlandse opgaven waren het er 150, waarvan er ‘ongeveer twintig’ werden geëxecuteerd. In het dorp werden geen wapens aangetroffen. Zo staat het heel kort vermeld in de Excessennota. Volgens Indonesische opgaven werden meer dan 430 mannen gedood.
In 1995 zond RTL4 een documentaire uit over Rawagede. De makers spraken in het dorp met overlevenden en nabestaanden. Vooral de getuigenis van een oude vrouw die met bevende stem vertelt hoe ze tussen de lijken haar man en haar zoon terugvond, ging door merg en been. Volgens de documentairemakers waren 431 mannen, van jong tot oud, standrechtelijk geëxecuteerd. Er werden Kamervragen gesteld, want hoe zat dat met die ‘ongeveer twintig’ geëxecuteerden uit de Excessennota? Was dat wel de waarheid? Op verzoek van minister van Justitie Winnie Sorgdrager stelde het openbaar ministerie te Arnhem een oriënterend onderzoek in. Daar kwam niets uit. Volgens het OM bestonden er nu eenmaal verschillende lezingen van het gebeuren. Bovendien waren de daders niet meer te vervolgen, meldde de minister. Oorlogsmisdaden verjaren niet, maar door het parlement was daarop een uitzondering gemaakt voor de Nederlandse militairen in Indonesië tussen 1945 en 1950, meldde zij de Tweede Kamer.
In map 1304 zit materiaal dat aantoont dat de Nederlandse regering niet de waarheid heeft verteld over wat in Rawagede werd aangericht. En dat niet alleen. De map laat zien dat de verantwoordelijke officier niet werd gestraft omdat dit niet politiek gewenst was. Het stilhouden van de zaak begon al in 1948 en duurt voort tot op de dag van vandaag.
Dan maar een bekend onderzoekerstrucje geprobeerd. Dossiermappen zitten doorgaans per stapel in archiefdozen. Met de computer in de studiezaal vraag ik een paar mappen aan die wél toegankelijk zijn. Ze hebben rangnummers net voor en na nummer 1304. En warempel: ik krijg de hele doos. Er zitten een paar mappen in die eveneens een niet-toegankelijkheidsmelding gaven toen ik ze individueel opvroeg. Maar met map 1304 neemt men blijkbaar geen enkel risico. Die ontbreekt. Op de plek in de stapel waar hij zich hoort te bevinden ligt een roze briefje. ‘Dit nummer is apart opgeborgen’, staat erop. Het jaartal op het briefje is onleesbaar.
‘Map 1304 ligt in de kluis’, zegt Harm Scholtens. Toen hij de map vorig jaar aanvroeg, stuitte hij op hetzelfde roze briefje. Hij was bezig met onderzoek naar Rawagede voor zijn doctoraalscriptie geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Met hulp van zijn scriptiebegeleider wist hij de map in handen te krijgen. Dat had nog veel voeten in de aarde.
Scholtens (55) is zelf archivaris geweest. Hij vindt dat materiaal over de Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië openbaar moet zijn: ‘Volgens de wet kan een stuk worden afgeschermd wanneer het staatsbelang door openbaarmaking geschaad wordt, maar zestig jaar na dato houdt dat mijns inziens geen stand.’ 
Ook het beschermen van de persoonlijke levenssfeer kan een reden zijn voor geheimhouding. Maar de majoor die de leiding had van de campagne tegen Rawagede is inmiddels overleden. Bovendien vind ik in de mappen die ik wel mag inzien namen van militairen. Bijvoorbeeld in het materiaal over de liquidatie van zestien Indonesische gevangenen. Ze werden door de inlichtingendienst naar een beruchte kampong gevoerd en gefusilleerd, ‘om een voorbeeld te stellen’ aan de bevolking die de guerrilla steunde, zo staat in de stukken. Het dossier bevat de naam van een sergeant die daarbij betrokken was. De zaak werd overigens geseponeerd.
Harm Scholtens besloot voor zijn doctoraalscriptie zo goed mogelijk uit te zoeken wat er in Rawagede was gebeurd, nadat hij de korte melding van het bloedbad in de Excessennota had gelezen. ‘Ik vond het vreemd, 150 doden maken, twintig man liquideren en niet één wapen vinden. Dit zaakje stonk.’ Hij kamde de archieven uit en kwam in zijn doctoraalscriptie tot een nauwgezette reconstructie van de ‘zuiveringsacties’ in de streek. Daarbij werden dorpen door eenheden afgegrendeld en uitgekamd. Zo ook Rawagede, dat werd afgegrendeld door een eenheid van negentig man.
In het oorlogsdagboek van de eenheid die Rawagede zuiverde staat de actie kort vermeld. Het is een van de bronnen die Scholtens gebruikte. Het oorlogsdagboek mag ik wel inzien op het Nationaal Archief. De beschrijving van de actie in Rawagede op 9 december 1947 staat in een opsomming van zuiveringsacties in begin december. Daarbij werden rijstvoorraden vernietigd en grote groepen mannen ondervraagd. Bij operaties eerder en later vielen slachtoffers, maar bij de acties in de dagen rond 9 december vielen geen doden en gewonden. En dan is daar opeens Rawagede:
Door de (…) compagnie werd een zuiveringsactie ingezet tegen kpg. Rawahgedeh (5393). Aan vijandelijke zijde werden 150 doden geteld. Er werden 8 personen gevangen genomen. Genoemde kampong bleek volledig republikeins te zijn, hetgeen o.m. bleek uit rood-witte vlaggen waarmede verschillende huizen waren getooid en uit documenten en artikelen die op de gedode tegenstanders werden aangetroffen.
150 doden, zomaar uit het niets. En geen liquidaties. Scholtens vond andere meldingen die hierop leken. Totdat hij stuitte op map 1304. Daarin zat een notitie opgesteld door een medewerker van de procureur-generaal aan het Hooggerechtshof in Batavia. ‘Dit is de smoking gun’, zegt hij. De opdracht van de compagnie luidde kortweg, zo meldt het document (zie kader): ‘Ruim weerstand Rawagede op.’ Er staat in beschreven hoe de Nederlanders in het dorp ‘8 à 9 maal’ twaalf mannen fusilleerden en vlak daarbuiten nog eens ‘7 à 10 personen’. Het gaat dus om honderd tot 120 liquidaties. ‘Dat is wel wat meer dan de in de Excessennota vermelde twintig executies’, schrijft Scholtens in zijn scriptie.
Uit het document blijkt hoe de afdekking al meteen begon. De melding in het oorlogsdagboek van de eenheid, pas lang na de executies opgesteld, is waarschijnlijk bewust misleidend. In het document in map 1304 wordt namelijk beschreven hoe de majoor die de compagnie leidde van zijn commandant de opdracht kreeg te zwijgen. Hij moest alles ontkennen tegen een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties. Die ontdekte echter toch dat er liquidaties hadden plaatsgevonden. Maar niet hoeveel. Nederland ontkende het hoge Indonesische dodental en hield vast aan zijn eigen 150 doden. Die zouden zijn gevallen door beschietingen, was de suggestie. Nederland gaf uiteindelijk toe dat er vier krijgsgevangenen waren geëxecuteerd. De liquidatie van nog eens zeven werd ontkend. Zo staat het in het VN-rapport uit 1948, dat de actie desalniettemin ‘deliberate and ruthless’ noemt.
Waarom de Excessennota uit 1969 spreekt van ‘ongeveer twintig’ geëxecuteerden is onduidelijk. Het getal lijkt verzonnen. ‘Ik heb geen idee waar het vandaan komt’, zegt Scholtens.
Uit zijn onderzoek doemt het beeld op van een kille massa-executie. Hier was geen sprake van een doorgedraaide eenheid die wraak nam. Waarschijnlijk werd ze verrast door het aantreffen van meer dan honderd mannen van wie ze vermoedde dat het strijders waren die hun wapens hadden weggeworpen. Wat te doen? De mannen meenemen was te gevaarlijk: zij waren talrijker dan de Nederlanders en overal dreigden hinderlagen. Hen laten gaan betekende dat ze hen binnen de kortste keren weer gewapend zouden treffen. Dus dan maar liquideren, heeft de eenheid wellicht gedacht. Dat gebeurde vaker, maar voorzover bekend niet op deze schaal.
In map 1304 bevindt zich ook correspondentie tussen luitenant-generaal Spoor, de ‘Legercommandant’ die verantwoordelijk was voor de vervolging van militairen, en procureur-generaal Felderhof. Spoor twijfelt of hij de verantwoordelijke majoor moet laten vervolgen. Felderhof adviseert Spoor om de zaak te seponeren, aangezien ‘iedere vreemde inmenging en belangstelling [is] verdwenen’. De VN zijn na het schrijven van hun rapport, waarin van slechts vier executies wordt gesproken, niet meer in de massamoord geïnteresseerd, dus laten we geen slapende honden wakker maken, bedoelt hij.
Harm Scholtens: ‘In 1969 en in 1995 beschikte de overheid over deze gegevens. Map 1304 zit bij de documenten die zijn onderzocht voor de Excessennota, en later door het OM. De overheid kon dus weten dat veel meer dan twintig executies hadden plaatsgevonden. Ik vind het verwijtbaar dat ze dat niet bekend heeft gemaakt. Een regering behoort de bevolking correct te informeren.’
Een extra aanwijzing voor een doofpot is dat het document over de executies is gebaseerd op een heel dossier over Rawagede dat door generaal Spoor aan procureur-generaal Felderhof werd gestuurd. Later werd het hem teruggezonden. Dat dossier is verdwenen. Harm Scholtens speurde vele archiefindexen af, ik zocht in het persoonlijke archief van Spoor. Niets. Zou het (korte) document over de executies in map 1304 over het hoofd gezien zijn bij de vernietiging van bewijsmateriaal?

De zaak-Rawagede is weer actueel wegens een civiele aanklacht van tien Indonesische nabestaanden tegen de Nederlandse staat. Gerrit Jan Pulles is hun advocaat. ‘Het zou een staat als Nederland passen zijn verantwoordelijkheid te nemen voor misdragingen van zijn soldaten. Op grond van wat bekend is en was over de gebeurtenissen in Rawagede had indertijd tot strafrechtelijk onderzoek overgegaan moeten worden’, zegt hij. Volgens hem is het onhoudbaar dat Nederlandse militairen die destijds in Indonesië dienden niet te vervolgen zouden zijn voor oorlogsmisdaden. Dat is echter niet waar het zijn cliënten om te doen is. ‘Zij hebben aangegeven geen haat- of wraakgevoelens te hebben tegen individuele militairen. Wat zij willen is rechtsherstel en genoegdoening van de staat voor wat hun in 1947 uit naam van die staat is aangedaan.’
In 1969 werd het parlement misleid, in 1995 verzuimde de minister van Justitie opnieuw de waarheid naar buiten te brengen. Laat dan eindelijk het echte verhaal van Rawagede verteld worden. De veteranen van de eenheid, ouder dan tachtig zijn ze nu, zwijgen nog altijd. Dus is de hoop gevestigd op het Nationaal Archief. P. Kompagnie, hoofd onderzoek, weet niet waarom map 1304 in de kluis is beland. Was het soms wegens de explosieve inhoud van de map? Nee, zegt Kompagnie: ‘Het gaat ons niet om de inhoud van de stukken. Wij willen slechts de belangen van nog levende personen beschermen.’ Maar waarom is dit dan de enige map die is weggeborgen? Waarom zijn dan namen te vinden in mappen die wél worden vrijgegeven? Weet het hoofd onderzoek wellicht dat die militairen allen overleden zijn? ‘Nee, dat houden wij niet bij.’
Harm Scholtens moest voordat hij het materiaal mocht zien een verklaring ondertekenen waarin onder meer stond dat de informatie niet onder de aandacht mocht worden gebracht van derden. Hij mocht de stukken niet kopiëren, wel overschrijven. ‘Dat is voor de deniability. Zodat ze kunnen zeggen dat ik het verkeerd heb overgenomen.’
Vlak voor het ter perse gaan van dit nummer krijg ik toestemming om map 1304 in te zien. Ik spoed mij naar het Nationaal Archief. ‘Er is voorzover ik weet niets bijzonders mee’, vertelt een medewerker van de onderzoeksstaf. De map lag wel in de kluis, maar dat was toeval. ‘Ja, dat kan gebeuren. Er hebben meer mappen uit dit archief in de kluis gelegen. Die zijn er weer uitgehaald, maar deze is blijven liggen.’
Ik hoef niets te tekenen en ik mag de stukken kopiëren.

.................................................................................................................
Nieuw bewijsmateriaal van massa-executies in het Javaanse dorp Rawagede door Nederlandse dienstplichtige militairen, in december 1947. Uit de aantekeningen van een medewerker van de procureur-generaal van het Hooggerechtshof te Batavia:

[De compagniescommandant] heeft opdracht ontvangen van [zijn bataljonscommandant]: ruim weerstand Rawagede op. Rawagede is een kampong van waar uit regelmatig beschietingen plaatsvonden […]
9 Dec. Om zes uur ‘s morgens was de kp. ingesloten en men is toen met een troep van 35 man onder luitenant […] voorwaarts gegaan. Men heeft toen 8 à 9 maal een troep van [±] 12 man ter plaatse geëxecuteerd. Volgens [de compagniescommandant] zijn in alle gevallen de noodige waarborgen genomen dat men geen ‘goede’ elementen in de executies betrok. Alle geëxecuteerde personen hadden lange haren, geen dikke eeltlaag op handen en voeten, zij waren allen in het bezit van papieren van de Hizboellah en soortgelijke organisaties.
Tenslotte is nog een groepje van 7 à 10 personen geëxecuteerd die in handen van segt  [was] gevallen. Ook deze groep was aanvankelijk grooter, doch daarvan is er een aantal na onderzoek vrijgelaten.

Beroerd is natuurlijk dat [de compagniescommandant] tegenover de C.G.D. [de Commissie van Goede Diensten van de VN] de juiste toedracht heeft verzwegen en feitelijk heeft moeten verzwijgen.

Uit map 1304, uit het archief van de procureur-generaal van het Hooggerechtshof Nederlands-Indië (1945-1950) © JOERI BOOM / De Groene Amsterdammer

Bron: groene.nl


Terug

Reactie toevoegen

Naam:
Email:
Reageren:
captcha image vult alstublief 3 zwaarte cijfers in
 

Reacties op dit artikel

Reacties
Pharmb95
Hello!
Pharmc927
Hello!
G. de Boer
Interessant! Maar helaas vind ik hier niet de orginele brief van generaal Spoor en het antwoord van de procureur-generaal Felderhof (ook betrokken geweest bij de zaak-Aernout).
De vaandrig Aernout is namelijk een aantal weken na het bloedbad doodgeschoten in Lembang door guerrilla's uit de omgeving van Rawagedeh.

Ik zou u zeer erkentelijk zijn als u mij de 2 brieven van Spoor en Felderhof zou willen mailen.

Met vriendelijke groet,
Gerard de Boer
Onderzoeker zaak-Aernout